Hoe je dit voorbeeld gebruikt
Welke onderdelen een veiligheidsplan heeft en waarom, staat in Veiligheidsplan evenement: wat moet erin?. Dit artikel gaat één stap verder: hoe zien die onderdelen eruit als ze goed zijn ingevuld?
Bij elk onderdeel staat een voorbeeldtekst in een kader. De getallen daarin zijn gekozen om de methode te laten zien, niet om over te nemen. Heeft je gemeente een eigen format, gebruik dan dat format en vul het in op de manier die je hier ziet. De kopjes verschillen per gemeente, de inhoud die de beoordelaar zoekt niet.
1. Beschrijving van het evenement
Het plan begint met de basis: wie organiseert wat, waar, wanneer en voor hoeveel mensen. Het lijkt een formaliteit, maar deze getallen zijn het ijkpunt voor de rest van het plan.
Het evenement is een eendaags muziekfestival op zaterdag [datum], op het evenemententerrein aan de [straat] in [plaats]. Het terrein is open voor publiek van 14:00 tot 23:30. Opbouw vindt plaats op vrijdag van 08:00 tot 20:00, afbouw op zondag van 08:00 tot 16:00. Er worden over de dag 4.500 bezoekers verwacht, met maximaal 3.000 bezoekers tegelijk op het terrein. De toegang is met kaartverkoop vooraf. De organisator is [naam organisatie], vertegenwoordigd door [naam], bereikbaar op [telefoon].
Let op het verschil tussen bezoekers over de dag en bezoekers tegelijk. De capaciteit, de zorginzet en de beveiliging rekenen met het aantal tegelijk. Veel plannen noemen één getal en laten de beoordelaar raden welk van de twee het is.
2. De risicoprofielen en de classificatie
Dit is het hart van het plan. Je beschrijft het publiek, de ruimte en de activiteit, en na elk profiel de risico's die eruit volgen. Diezelfde drie profielen bepalen de risicoclassificatie: A, B of C.
Het publiek bestaat uit alle leeftijden, met een zwaartepunt bij 18 tot 35 jaar. De meeste bezoekers komen uit de regio en reizen per fiets of auto. Aan de bars wordt bier en wijn geschonken; onder de 18 wordt geen alcohol verkocht en de leeftijd wordt gecontroleerd met polsbandjes. Er worden geen specifieke risicogroepen verwacht.
Risico's die hieruit volgen: alcoholgebruik in de avonduren, drukte bij de bars rond de hoofdact, en minderjarigen die via anderen aan alcohol komen. De maatregelen staan in hoofdstuk 6 en 9, de scenario's in hoofdstuk 12.
Wat dit voorbeeld goed doet: het eindigt met risico's en zegt waar die terugkomen. Een profiel zonder risico's is een beschrijving, geen analyse. Hetzelfde geldt voor het ruimtelijk profiel (terrein, omgeving, bereikbaarheid, calamiteitenroute, verzamelplaats) en het activiteitenprofiel (programma, duur, tijdstip, special effects).
Rekenvoorbeeld 1: de risicoscan
Met de drie profielen vul je de risicoscan in die de gemeente ook gebruikt. Hieronder het festival uit het voorbeeld, met de puntwaarden uit de risicoscan van de gemeente Hengelo (2024). Andere regio's gebruiken iets andere waarden, maar dezelfde opbouw.
| Profiel | Criterium | Keuze | Punten |
|---|---|---|---|
| Publiek | Leeftijd | Alle leeftijden | 2 |
| Alcohol en drugs | Alleen alcohol | 2 | |
| Rol van het publiek | Toeschouwer | 1 | |
| Aantal | Tot 5.000 | 1 | |
| Ruimte | Aantal locaties | Eén | 1 |
| Verblijfplaats | Buiten, met tent | 4 | |
| Bereikbaarheid | Twee aanvoerwegen | 2 | |
| Ondergrond | Gras | 2 | |
| Activiteit | Soort | Popconcert | 3 |
| Weekdag | Weekend | 1 | |
| Daglicht | Deels | 1 | |
| Duur | Langer dan 5 uur, tot in de avond | 4 | |
| Totaal | 24 |
Met 24 punten zit dit festival tussen 20 en 29: een B-evenement. (Eventveiligheid rekent met een vergelijkbaar model, waarin B loopt van 19 tot 30 punten; de grenzen verschillen per regio, de opbouw niet.) De punten komen niet uit het bezoekersaantal (1 punt), maar uit de tent op een buitenterrein, de ondergrond en de lange avond. Schrijf de uitkomst in het plan op: "Op basis van de risicoscan is het evenement een B-evenement (24 punten)." Dan weet de beoordelaar dat je op het juiste niveau hebt geschreven. Hoe de scan precies werkt, staat in A-, B- of C-evenement: zo werkt de risicoscan van de gemeente.

3. Organisatie en alarmering
De gemeente wil zien wie er beslist, wie wie belt en wanneer de hulpdiensten het overnemen. Hier gaat het vaak mis met zinnen als "de organisatie neemt contact op met de hulpdiensten".
Bij direct levensgevaar belt iedere medewerker zelf 112 en meldt dat daarna aan de centrale post (CP). In alle andere gevallen meldt de medewerker het incident aan de CP, en de CP alarmeert verder. De veiligheidscoördinator besluit over opschalen, stilleggen en ontruimen, in afstemming met de hulpdiensten als die ter plaatse zijn. De organisator is eindverantwoordelijk.
Vier zinnen, en elke vraag van de beoordelaar is beantwoord: wie belt, wie meldt, wie besluit en wie draagt de verantwoordelijkheid. Zet in de contactlijst erbij hoe de CP bereikbaar is en wie de veiligheidscoördinator is, met telefoonnummer.
4. Capaciteit en ontruiming
Dit is het onderdeel met de meeste getallen, en het onderdeel waarop een plan het snelst terugkomt. De veilige capaciteit reken je twee keer uit: op oppervlakte en op uitgangen. De laagste uitkomst telt.
Rekenvoorbeeld 2: de capaciteit van het terrein
Stel, het terrein is een grasveld van 2.400 m² bruto. Daarop staan een podium, twee bars, een foodcourt en toiletunits, samen 500 m². Netto blijft 1.900 m² over. Buiten rekent het plan met 2 personen per m².
Oppervlakte: 1.900 m² × 2 = 3.800 personen.
Het terrein heeft drie doorgangen: een hoofdingang van 7 m en twee nooduitgangen van 4 m, samen 15 m vrije doorgang. Het Bbgbop rekent voor een vrije doorgang met 135 personen per meter breedte per minuut, en de gangbare streeftijd buiten is 4 minuten.
Uitgangen: 15 × 135 × 4 = 8.100 personen.
De oppervlakte is maatgevend: 3.800 personen. Het festival laat er maximaal 3.000 tegelijk toe, dus het past, met marge. Zo schrijf je dat op:
| Vlak | Netto m² | Veilige capaciteit |
|---|---|---|
| Publieksterrein | 1.900 | 3.800 |
| Feesttent | 300 | 600 |
| Totaal | 4.400 |
De capaciteit van het publieksterrein wordt bepaald door de oppervlakte (3.800 personen); de doorgangen verwerken 8.100 personen in 4 minuten. Met maximaal 3.000 bezoekers tegelijk wordt 79 procent van de capaciteit van het publieksterrein benut.
De beoordelaar ziet in één tabel dat het past, en waarom. Wat vaak fout gaat: bruto rekenen in plaats van netto, en een capaciteit noemen zonder te zeggen of de oppervlakte of de uitgangen de grens bepalen.

Drukte afspreken
Bij de capaciteit hoort een afspraak over drukte tijdens het evenement, per plek.
Code groen: tot 2 personen per m². De beveiliging volgt de drukte vanaf de vaste posten.
Code oranje: 2 tot 4 personen per m². De CP informeert de veiligheidscoördinator; de beveiliging opent de tweede toegang tot het podiumgebied en stuurt publiek naar de zijkanten.
Code rood: vanaf 4 personen per m². De instroom naar het terrein wordt gestopt, het programma kan worden onderbroken en het publiek wordt gespreid. De veiligheidscoördinator beslist.
Voor de vooraanzone direct voor het podium gelden hogere grenzen: oranje vanaf 4, rood vanaf 5 personen per m².
Dezelfde dichtheid is normaal voor een podium en een probleem bij een nooduitgang. Daarom hoort een kleurcode altijd bij een plek, en hoort er bij elke kleur een handeling en een beslisser.
5. Brandveiligheid
Het Bbgbop geldt voor vrijwel elk evenement. Het plan beschrijft de calamiteitenroute, de vluchtwegen, de blusmiddelen en de tenten, en verwijst naar de situatietekening waar alles op staat.
De calamiteitenroute voor de hulpdiensten loopt vanaf de [straat] naar de hoofdingang en is over de hele lengte minimaal 3,5 m breed en 4,2 m hoog vrij. Langs de route geldt een parkeerverbod; de verkeersregelaars zien daarop toe. Het publieksterrein heeft drie doorgangen: de hoofdingang (7 m) en twee nooduitgangen (4 m), elk met een nooduitgangbord en op minimaal 5 m van elkaar. De feesttent (300 m², maximaal 600 personen) heeft twee openingen van 3 m aan tegenoverliggende zijden en noodverlichting. Bij elke bar, bij het podium en bij elke bak- en frituurwagen staat een blusser; bij de frituurwagen ook een blusdeken. De plaatsen staan op de situatietekening in bijlage A.
Twee regels die hier meetellen: boven de 225 personen zijn ten minste twee gescheiden vluchtroutes vereist, en minstens één doorgang moet 0,85 m of breder zijn. Allebei staan ze met maten in de tekst en op de tekening, zodat de brandweer niet hoeft te zoeken.

6. Medische zorg
De zorginzet volgt uit de Veldnorm Evenementenzorg, op basis van het aantal bezoekers en het risicoprofiel. Het plan noemt het aantal hulpverleners per zorgniveau, de plaats van de zorgpost, de AED's en de contactpersoon van de zorgorganisatie.
De evenementenzorg wordt verzorgd door [naam zorgorganisatie], die werkt volgens de Veldnorm Evenementenzorg. Tijdens de openingstijden zijn 4 eerstehulpverleners en 1 zorgprofessional aanwezig, met een zorgpost van 3 × 6 m naast de hoofdingang en een mobiel koppel op het terrein. Op het terrein staan 2 AED's: bij de zorgpost en bij de CP. De inzetcoördinator is bereikbaar via portofoonkanaal 3 en op [telefoon]. Het zorgplan is bijgevoegd als bijlage C.
Het belangrijkste voor de GHOR is dat de inzet onderbouwd is en niet gegokt. Hoe je het aantal en het zorgniveau uitrekent, staat in Hoeveel EHBO moet je regelen op een evenement?.
7. Beveiliging
Wie beveiligt, met hoeveel mensen, waar, en wat ze doen bij een aanhouding.
De beveiliging wordt uitgevoerd door [naam beveiligingsbedrijf], vergunning Wpbr nummer [nummer]. Er worden 12 beveiligers ingezet van 13:00 tot 00:30: 4 bij de entree (toegangscontrole en visitatie), 2 bij de nooduitgangen, 4 mobiel op het terrein en bij het podium, 1 bij de backstage en 1 projectleider beveiliging in de CP. Daarnaast zijn 6 servicemedewerkers actief voor het scannen van tickets en het wijzen van de weg; zij hebben geen beveiligingstaak. Bij een aanhouding wordt de verdachte overgedragen aan de politie via de projectleider beveiliging.
Beveiligers en servicemedewerkers staan apart. Dat voorkomt dat de gemeente twaalf beveiligers leest waar er zes zijn. Bij grotere evenementen zit de uitwerking in een apart beveiligingsplan als bijlage.
8. Verkeer en communicatie
Bij verkeer beschrijft het plan hoe bezoekers komen en gaan, waar ze parkeren en fietsen stallen, welke wegen worden afgesloten en waar verkeersregelaars staan. De calamiteitenroute uit hoofdstuk 5 komt hier terug.
Bij communicatie gaat het om de middelen, de meldstructuur en de berichten aan bezoekers. Het stuk dat het vaakst ontbreekt: wat je zegt bij een stillegging of ontruiming.
"Dames en heren, het programma wordt tijdelijk onderbroken vanwege het weer. Er is geen reden tot paniek. Verlaat rustig de tent en het podiumgebied en volg de aanwijzingen van de medewerkers. We informeren u zodra het programma verdergaat."
Schrijf die tekst nu, niet op het moment zelf.
9. Calamiteitenscenario's
Elk risico uit de profielen krijgt hier een scenario, uitgewerkt langs de veiligheidsketen: voorkomen, voorbereiden, ingrijpen, herstellen. Het scenario dat bij een buitenevenement het meeste aandacht verdient, is noodweer.
| Fase | Maatregel |
|---|---|
| Voorkomen | Tenten en podium zijn verankerd volgens de opgave van de leverancier. De veiligheidscoördinator volgt vanaf een week vooraf de verwachting. |
| Voorbereiden | Bij verwachte windstoten vanaf 60 km/u of onweer binnen 30 km: verscherpte monitoring, losse materialen vastzetten, beveiliging en CP geïnformeerd. |
| Ingrijpen | Bij windstoten vanaf 75 km/u of onweer binnen 10 km legt de veiligheidscoördinator het programma stil. De omroeptekst uit hoofdstuk 10 wordt uitgesproken; bezoekers verlaten de tent en het podiumgebied en worden zo nodig naar de verzamelplaats geleid. |
| Herstellen | Het programma gaat pas verder na een schouw van tenten en podium en akkoord van de veiligheidscoördinator. |
Wat dit scenario sterk maakt: de drempels staan er als getal in, en er is één persoon die beslist. "Bij slecht weer overleggen we" is geen scenario. Gebruik de drempels van je gemeente of veiligheidsregio als die er zijn; de waarden hier zijn gangbaar, maar niet overal gelijk. Werk op dezelfde manier de andere scenario's uit die uit je profielen volgen: vechtpartij, overcrowding, brand, medisch incident, vermist kind, stroomuitval, extreme hitte.

10. Tekeningen en bijlagen
Een veiligheidsplan zonder tekening wordt vaak niet in behandeling genomen. Het Bbgbop vraagt een situatieschets met noordpijl en een plattegrond op schaal, met alle objecten groter dan 25 m². Bij tenten voor 150 personen of meer staan ook het maximale aantal personen, de vluchtroutes, nooduitgangen, blusmiddelen en de brandweeringang op de tekening.
Zet daarnaast een rekenbijlage bij het plan, met de berekeningen uit hoofdstuk 4 en de tellingen van toiletten, blusmiddelen en AED's. Zo kan de beoordelaar elk getal terugvinden, en zie je zelf meteen of de getallen in de hoofdstukken nog kloppen met de tekening.

Wat je uit dit voorbeeld overneemt, en wat niet
Wel overnemen:
- De opbouw: eerst de basis en de classificatie, dan de profielen, dan de maatregelen, dan de scenario's.
- De keten: elk risico uit een profiel komt terug als maatregel en als scenario.
- De manier van schrijven: concreet, met getallen, maten, plekken en functies.
- De rekensommen: netto oppervlakte, twee berekeningen, de laagste telt.
Niet overnemen:
- De getallen. Die zijn gekozen om de methode te laten zien.
- De hoofdstukindeling, als je gemeente een eigen format heeft.
- De drempelwaarden, als je veiligheidsregio andere hanteert.
Download een compleet voorbeeld veiligheidsplan (PDF)
Wil je zien hoe al deze onderdelen samen een plan vormen? Download hier een volledig ingevuld veiligheidsplan zoals Eventveiligheid dat maakt, met rekenbijlage, kaarten en situatietekening.
Veelgestelde vragen
Mag ik dit voorbeeld veiligheidsplan gebruiken voor mijn eigen evenement?
Ja, als leidraad voor opbouw en schrijfwijze. Neem de getallen niet over: de gemeente toetst je plan aan jouw terrein, jouw publiek en jouw programma. Heeft je gemeente een eigen format, gebruik dan dat.
Wat is het verschil tussen een format van de gemeente en dit voorbeeld?
Een format geeft de kopjes en vraagt wat je moet invullen. Dit voorbeeld laat zien hoe het eruitziet als het is ingevuld: met getallen, rekensommen en verbanden tussen de onderdelen.
Hoe lang moet een veiligheidsplan zijn?
Er is geen vaste lengte. Voor een klein A-evenement kunnen een paar pagina's genoeg zijn; een B- of C-evenement met bijlagen komt al snel op tientallen pagina's. Volledigheid en kloppende getallen tellen, niet het aantal pagina's.
Kan ik een voorbeeld van een andere gemeente gebruiken?
De inhoud lijkt overal op elkaar, maar de hoofdstukindeling en de nadruk verschillen. Gebruik het format van je eigen gemeente of veiligheidsregio als die er een heeft, en vul het in op de manier van dit voorbeeld.
Gratis account. Je betaalt pas als je je evenement activeert.
Bronnen
- Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bbgbop), artikel 2.3 (indieningsvereisten)
- Brochure en infoblad Bbgbop (doorstroom per type doorgang, vluchtroutes boven 225 personen)
- Veldnorm Evenementenzorg, versie 1.1
- Toetsingskader Evenementenvergunningen Hengelo, bijlage 1 Risicoscan (2024)
- Handreiking Evenementenveiligheid (archief NIPV)
- Formats veiligheidsplan van onder meer de gemeenten Rotterdam, Zeist en Roermond



